Om 9 uur vertrok ik naar Aachen om GM Vlastimil Hort te halen. Onderweg kreeg ik een raar voorgevoel. Zou hij daar staan? Ik heb mijn voice mail niet nagezien, als hij iets ingesproken had, dan heb ik het niet gehoord. En na een paar afzeggingen voor Schanstoernooi was ik nu een beetje zenuwachtig. Maar hij stond daar. Wij begroeten elkaar en hij vertelde, dat hij bijna had moeten afzeggen wegens ziekte. Maar hij wou onze jeugd niet teleurstellen. Onderweg moesten wij wel eens stoppen omdat hij een beetje onwel is geworden, maar toch geraakten wij op tijd in Neerpelt.
Er zijn 17 jeugdspelers uit Limburg gekomen om hun kennis te testen op grootmeester. De overgebleven vier plaatsen waren dan door de spelers uit Neerpelt en papa van Wout ingenomen. Na twee schakproblemen (door Vlastimil op bord getoverd), die de deelnemers met succes (toch wel, he) opgelost hadden ging de wedstrijd van start.
Reeds na vijf minuten stond het al 1 : 0 voor grootmeester. Gelukkig mocht de jeugdspeler opnieuw beginnen (deze keer hield hij langer stand). Met de regelmaat van een zwitserse klok ging Vlastimil rond, blijkbaar zonder nadenken zijn zetten uitvoerend. Alleen bij enkele borden hield hij even stand om de stelling langer te beoordelen. Ook aanwezigheid van enkele Limburgse en Vlaamse kampioenen scheen hem niet te deren. Wessel, Marnicq, Niels, Fleur en ook de rest deden hun best, maar de verdediging van Vlastimil was staalhard en zijn aanval scherp en dodelijk. Een bord na de andere klonk het steeds luider en luider door de zaal: mat, mat, ik geef mij over, mat, ik geef op, mat, schaak, schaak, mat. Na amper twee en halve uur waren nog maar enkele spelers bezig. Wessel van Kessel, Niels Houben, Bram Veestraeten, Philippe De Duffeleer. Maar ook deze moesten noodgedwongen hun strijd staken. Bram hield het als laatste voor bekijken, zijn doel om blad vol te krijgen en zo 60 zetten kunnen volhouden haalde hij nipt niet. Hij stond mat in de 56ste zet.
Einduitslag : 21 voor Hort, 0 voor de Limburg. Toch was Vlastimil redelijk tevreden over de niveau van de jeugd, enkele hebben hem kunnen overtuigen dat zij het kunnen en de rest was niet slecht, maar zij moeten nog aan hun kennis werken. Zijn boodschap voor de Limburge jeugd was dan ook: werken, werken en nog eens werken, dan lukt het wel. Uit de reacties van de spelers zelf heb ik kunnen waarnemen, dat zij het leuk vonden, zij hebben ervan genoten en dat het voor herhaling vatbaar was.











|